NAUPAR legt uit: navigeren op het water, hoe doet u dat?

Kompas-700X300

Hoe komt u op het water van A naar B? Hier zijn geen borden, wegen of andere handige richtingaanwijzers die u op het land wel tot uw beschikking heeft. Geen paniek: er bestaan praktische basisinstrumenten waarop ook op het water prima kan worden genavigeerd.

Het kompas

Met een kompas bepaalt u de richting waarin het schip vaart én worden peilingen genomen van bepaalde kenmerken. Denk aan een kerktoren aan wal waarmee u weer kunt indiceren waar het schip zich precies op het water bevindt. In het kompas hangt een magneetnaald en deze wijst altijd naar het noorden. Wanneer u het kompas beweegt, of het schip van koers verandert en het kompas op een vaste plek ligt, draait de roos van het kompas mee. Het noorden blijft aangewezen en zo weet u altijd in welke richting het schip vaart.

Het log

Met het log kan de afstand en de snelheid die het schip aflegt worden gemeten. Een veelgebruikte log is het patentlog: aan een dunne lijn wordt een vinnetje door het water gesleept die met het andere uiteinde aan een zogenoemd logklokje is verbonden. Wanneer het schip vaart, draait het vinnetje en deze beweging wordt vervolgens via de scheepslijn overgebracht op het telwerk in het logklokje die vervolgens de afgelegde weg door het water aanwijst.

GPS

Tegenwoordig hebben veel schepen ook GPS (Global Positioning System) aan boord. GPS houdt de positie van het schip nauwkeurig bij. Een GPS bestaat uit drie verschillende aspecten: satellieten, ontvangers en grondstations. De GPS-satellieten draaien in zes banen rond de aarde op ongeveer 20.000 kilometer hoogte en maken elke twaalf uur één ronde om onze aardbol. Tijdens deze tocht worden er continu signalen naar de aarde gestuurd, die de GPS-ontvangers vervolgens opvangen. De ontvangers bepalen daarna aan de hand van de signalen waar het schip zich precies bevindt.