Nautisch I Zeemannen en bijgeloof op een schip

Bijgeloof op een schip

Vrijdag de dertiende, niet onder een ladder doorlopen, een zwarte kat, even afkloppen… Allemaal vormen van bijgeloof, die we nog regelmatig tegen komen. Maar wist je dat bijgeloof ook een grote rol speelde in het vroegere leven van een stoere zeeman? Zo moest een zeeman bijvoorbeeld eerst met zijn rechtervoet aan boord stappen voor hij naar zee vertrok, waren vrouwen en katten verboden en mocht hij zeker niet gaan fluiten tijdens een zeiltocht.

De doop van het schip

Het bijgeloof begint al voor het schip voor de eerste keer uitvaart. Zo mag de naam van een schip vooral niet eindigen op een A, is de kleur groen not done, wordt er een munt onder de mastvoet geplaatst en voert een vrouw de doop uit met een fles champagne. Uiteraard is het belangrijk dat de champagne fles ook breekt, zodra deze tegen het schip aan komt. Eenmaal gedoopt mag de naam van het schip niet meer veranderd worden, wil hij de kwade geesten uit de buurt houden. Voldoet een schipper niet aan deze voorwaarden, dan roept hij onheil af over zijn schip voor deze goed en wel kan varen.

Ongeluk voor vertrek voorkomen

Ook voor een zeeman naar zee vertrekt, ligt het ongeluk op de loer en kan er van alles mis gaan. Zo mag hij bijvoorbeeld geen rode kool eten op de dag van vertrek. Brengt vertrekken op vrijdag ongeluk en op zondag zelfs storm.

Op weg naar het schip probeert de zeeman vrouwen met witte kapjes op hun hoofd of blote voeten te vermijden. Door naar de grond te kijken ontwijkt hij eveneens de mensen die hem een behouden vaart willen wensen. Grote kans dat hij dan wel een kudde schapen mist die hem nou net geluk kunnen brengen. Maar hoort hij de roep van een koekoek dan is hij alsnog verzekerd van goed geluk bij vertrek.

Eenmaal bij het schip zet hij als eerste zijn rechtervoet aan boord en gooit hij gauw nog een paar munten over boord voor goede wind. Daarna kan hij eindelijk met een gerust hart uitvaren.

Wat was niet gewenst aan boord?

Bananen, kippen, burgers, geestelijken, advocaten en vrouwen waren niet welkom aan boord van een schip. Ze brachten ongeluk of een slechte visvangst. Mits de vrouw naakt was. Dan was ze namelijk goed om de stormen te kalmeren. Vandaar dat je ook wel halfnaakte boegbeelden op een schip tegen komt.

Hoe omzeilden ze onheil aan boord?

Door een anker op te hangen. Dit stond symbool voor een behouden thuiskomst en werd ook vaak als tatoeage gezet op de arm van een zeeman. Maar ze moesten er wel voor zorgen dat het anker rechtop bleef hangen, anders liep het geluk er uit en ging het alsnog fout.

Aan boord werden haren en baarden niet geknipt en om de duivel op het verkeerde been te zetten had iedereen een bijnaam.

Een ander bijgeloof was een bezem in de mast. Deze stond garant voor een gunstige wind. Was het te lastig om hem omhoog te hijsen, dan volstond een bezem op het dek met de steel in de richting van de gewenste wind.

Tijdens het zeilen werd het de zeemannen niet in dank afgenomen als ze lekker een deuntje begonnen te fluiten of zingen. Hiermee wekten ze namelijk stormen op. Het was alleen toegestaan tijdens het hijsen van de zeilen of ophalen van het anker. Maar dan wel alleen als ze èchte zeemansliederen zongen. Zwemmen deden ze eigenlijk ook niet. Konden ze een duik in het water niet weerstaan, dan moesten ze er vooral voor zorgen dat het hoofd als eerste het water raakte.

Dit is een greep uit een aantal voorbeelden van bijgeloof waar een zeeman vroeger rekening mee moest houden, wilde hij weer veilig in de haven terugkeren. De complete lijst is veel langer. Gelukkig hebben we het tegenwoordig een stuk makkelijker.

Ook eens meevaren op een traditioneel zeilschip?

Wil je zelf een keer ervaren hoe het is om te zeilen op een traditioneel zeilschip, over het IJsselmeer, de Waddenzee of de Friese meren? Vraag vrijblijvend een offerte aan of neem direct contact op met een van onze medewerkers, zij vertellen je graag over de vele mogelijkheden op onze schepen.

*Op de foto zie je de heks Nannie Dee, het boegbeeld van de klipper Cutty Sark. Foto credit: Visit Greenwich